Overdenking: Is geweld altijd zinloos?
Geweld maakt kostbare, unieke levens kapot. Het veroorzaakt stromen van bloed. Kan dat ooit enige zin hebben? Is het alleen te verdedigen om nog erger te voorkomen? Of blijft het altijd en overal waar: wie het zwaard hanteert, wordt er zelf door verteerd? Gert Marchal leest Matteüs 26: 47-56.
Na de zondvloed klinkt de proclamatie ten leven: ‘Wie bloed van mensen vergiet, diens bloed wordt door mensen vergoten, want God heeft de mens als zijn evenbeeld gemaakt’ (Gen. 9: 6). In het midden van de tijd, als er eeuwen lang stromen bloed vergoten zijn, klinken de woorden van Jezus: ‘Steek je zwaard terug op zijn plaats. Want wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen’ (52). Deze tekst lezen we alleen bij Matteüs, terwijl de dienaar van de hogepriester wiens oor werd afgesneden door alle vier evangelisten vermeld wordt (zie Mar. 14: 47; Luk. 22: 50-51; Joh. 18: 10-11).
Zoeken naar zin
Het Sanhedrin kon in voorkomende gevallen gewone burgers mobiliseren om politiediensten te verrichten. Na de ‘Judaskus’ (49; zie ook Spr. 27: 6) grijpt iemand naar het zwaard. Een klein wapen dat je onopvallend onder het ruime opperkleed kon verbergen. Er was een revolutionaire stroming onder de Joden, Zeloten genaamd, waarvan de aanhangers altijd zo’n zwaard bij zich droegen. Iemand uit die kring hoorde bij de twaalf discipelen: Simon de Zeloot (Mat. 10:4). Jezus heeft hem blijkbaar niet ontwapend voordat Hij met hem verder wilde gaan. Hoe dit ook zij, degene die het zwaard trekt, wordt terechtgewezen. De zaak van God wordt in geen geval met wapens beslecht. In de nadere uitleg komen ‘twaalf legioenen engelen’ ter sprake (53). Aan het begin van het Evangelie heeft Jezus het inroepen van deze mogelijke hulp als een duivelse verzoeking afgewezen (Mat. 4: 6). Er wordt nog een reden genoemd om het zwaard te laten rusten: ‘hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, waar staat dat het zo moet gebeuren?’(54). Het woord ‘moeten’ wordt telkens gebruikt in verband met de weg die Jezus gaat (Mat. 16: 21; Mar. 8: 31; Luk. 9: 22; 17: 25; 24: 7,26). Het is geen noodlot, maar goddelijke beschikking. Een zwaard kan die zaak alleen maar afbreuk doen.
Het Evangelie is de eeuwen en de landen doorgegaan. Er is wèl een zwaard aan te pas gekomen. Ongehoord veel geweld. Eindeloos veel godsdienstoorlogen, altijd weer wapengekletter onder de vlag van het kruis. Valt de kerk in het westen nu in haar eigen zwaard? Ik weet er geen weg mee. Is geweld dan altijd uit den Boze? Ik denk aan een uitspraak van prof. C. L .Labuschagne, indertijd hoogleraar Oude Testament in Groningen: ‘Er is zoiets als zinvol geweld, dat nodig is om een eind te maken aan geweld. Het zou uiterst naïef zijn dat te ontkennen’. Het zal steeds gebeuren met een kwaad geweten, uit bittere noodzaak. Alleen het bloed, vergoten door die Ene, Jezus Christus, maakt het leven heel, bewerkt verzoening. Inge Lievaart schreef er een gedicht over, met een verwijzing naar de broedermoord van Kaïn op Abel (Gen. 4:10): Maar bloed roept van de aarde dat sterker spreekt dan dat: uit kracht van offerwaarde. Het doet de aanklacht zwijgen, alles wordt wit en stil door niets meer stuk te krijgen vrede om Christus’ wil.
Gert Marchal